Inleiding

Hendrik Zeelenberg (Nieuwerkerk aan den IJssel, 13 oktober 1918 – Capelle a/d IJssel, 11 november 2001) was Engelandvaarder, beroepsmarinier en verzetsstrijder.

Oorlogsjaren

In 1939 nam hij vrijwillig dienst als marinier. Hij woonde toen in Overschie. Mei 1940 werd hij ingezet bij de strijd om de Maasbruggen in Rotterdam. Na de capitulatie werd hij te werk gesteld bij de Nederlandse Opbouwdienst. Hij werkte bij de Nederlandse Spoorwegen en kon daardoor goed uitzoeken hoe hij per trein het land kon verlaten.

Engelandvaart

Op 22 maart 1942 verstopten Zeelenberg, Louis van den Bossche en François M Boluijt zich bij Amsterdam CS onder een trein naar Parijs. Daar namen ze een trein naar de Zwitserse grens. Vlak voor de grens viel de groep uiteen. Geholpen door een Frans-Zwitserse gids bereikte Zeelenberg Zwitserland, waar hij 20 dagen werd opgesloten voordat hij naar Bern werd gebracht waar hij 48 uren ondervraagd werd. Daarna werd hij naar een werkkamp gebracht. Na een mislukte ontsnappingspoging ergerde hij zich steeds meer aan de corruptie in het kamp en na acht maanden kreeg hij toestemming om dit met de gezant in Bern te bespreken. Deze beloonde hem me een verlofpasje voor 14 dagen, zodat hij op eigen houtje kon proberen naar Spanje te gaan.

In Genève kocht hij eten en een fles cognac. Hij stak de grens over en bereikte zonder veel problemen Annecy waar hij een krant kocht en een kaartje naar Toulouse. In die krant las hij dat het vrije deel van Frankrijk door de Duitsers was binnengevallen. In Toulouse bezocht hij de consul, waarna hij snel naar Perpignan doorreisde.

Alleen beklom hij de Pyreneeën. Onderweg bemerkte hij dat hij achtervolgd werd door Spaanse grenswachters en uiteindelijk belandde hij in de gevangenis van Figaras. De volgende dag werd hij naar de grens teruggebracht. Toen hij daar probeerde te vluchten, werd hij door Duitsers gearresteerd en naar de strafgevangenis in Perpignan gebracht, waar hij door consul Testers werd bezocht. Bij hem ontmoette hij Hans Hueninck , Dries Legerstee en een Belg, IJzwijer. Na drie weken moest hij daar voor de rechter verschijnen. Hij kreeg een maand straf, onder aftrek van zijn voorarrest, en moest daarna naar een vluchtelingenkamp. Met een trein zou hij daarheen gebracht worden maar voordat de trein vertrok, was hij al ontsnapt en de wijnvelden in gehold. De volgende dag ging hij naar de consul, die hem een vals paspoort gaf en wat eten, Spaans geld en een treinkaartje. Hij moest weer de Pyreneeën over, ditmaal door de besneeuwde hoogste bergen.

In Bourg-Madame ontmoette hij zijn gids, die hem naar een huisje bracht waar de rest van de groep zat die hij zou begeleiden. Die nacht begon de klimtocht. In het besneeuwde deel vroor het 15 graden. Tweemaal kwamen ze bij een blokhut waar even gepauzeerd werd, en bij de Spaanse grens nam de gids afscheid. De twintig mannen splitsten zich in enkele groepen, Zeelenberg ging met een Belg en vier Nederlanders verder. De Belg kreeg bevroren voeten en moest gedragen worden. Hij werd bij een Spaans ziekenhuis achtergelaten. De vijf Nederlanders liepen verder terwijl de klokken in de dorpen lieten horen dat het Kerstmis was. Met een trein gingen ze naar Barcelona, waar ze werden gearresteerd. Na de kerstdagen werden ze weer vrij gelaten.

Aangekomen in Lissabon (zeer geheim)

Het verblijf in Madrid duurde vier maanden. Toen pas kon hij de trein naar Lissabon nemen en via Ierland naar Engeland gaan. Hij heeft getraind bij het 10de commando in Schotland. Via Canada kwam hij in Camp Le Jeune in de Verenigde Staten.

Na de oorlog was hij nog vier jaar bij een Genie Bataljon in Nederlandsch-Indië, daarna kwam hij in 1950 weer in Nederland. Op 1 augustus 1952 werd hij als sergeant der Mariniers eervol ontslagen.

In 1948 trouwde Zeelenberg in Soerabaja met Johanna Maria Kouwenhoven. Ze kregen drie kinderen, Eldrie in 1948 (overleden in 1948), Eldert in 1950 en Herbert in 1951. Zijn laatste woonplaats was Rotterdam.

Dagboek

De reis naar Engeland had 14 maanden geduurd. Deze tocht heeft hij in een dagboek vastgelegd. Een van zijn metgezellen en goede vriend was Louis van den Bossche.

In 2009 had Museum Oud Overschie in Rotterdam een tentoonstelling over deze Engelandvaarder, die voor de oorlog in Oud Overschie woonde.

Onderscheiden

  • Verzetsherdenkingskruis
  • Oorlogsherinneringskruis met de gesp “krijg te land 1940-1945”
  • Ereteken voor Orde en Vrede met vier gespen; 1946, 1947, 1948, 1949
  • Kruis van Verdienste